Inleiding

Een stuk grond kan door ‘bevrijdende verjaring’ na een periode van twintig jaar van eigenaar wisselen. Voor deze vorm van verjaring geldt de er sprake moet zijn van het in bezit nemen van het stuk grond. Er hoeft daarbij geen sprake te zijn van goede trouw. Ook degene die een stuk grond in bezit neemt waarvan hij weet dat dit aan een ander toebehoort kan door bevrijdende verjaring dit stuk grond in eigendom verkrijgen (art. 3:105 BW j. art. 3:306 BW).

Is er dan helemaal niets meer mogelijk voor de voormalig eigenaar nadat de verjaring is opgetreden? Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan de grond, als een schadevergoeding in natura, van de nieuwe eigenaar terug worden gevorderd.

ECLI:NL:HR:2017:309 

Voor een beroep op bevrijdende verjaring is het noodzakelijk dat er twintig jaren zijn verstreken na het in bezit nemen van het goed dat aan een ander toebehoort.

Bezit is het houden van een goed voor jezelf (art. 3:107 BW). Of iemand een goed voor zichzelf houdt voor ‘naar verkeersopvatting’ beoordeeld (art. 3:108 BW). ‘Enkele machtsuitoefeningen’ zijn niet voldoende om een goed waarvan een ander de bezitter is in bezit te nemen (art. 3:113 lid 2 BW). Deze maatstaf is ingevuld door te eisen (i) dat het bezit niet dubbelzinnig is (de bezitter dient zich duidelijk als vermeend eigenaar te gedragen) en (ii) dat de inbezitneming openbaar wordt gedaan. De Hoge Raad heeft daar in dit arrest aan toegevoegd dat het niet vereist is dat de rechthebbende [de vorige eigenaar / bezitter] kennis heeft genomen van de bezitsdaden van de niet-rechthebbende [degene die het stuk grond in bezit heeft genomen].

In deze zaak was het voldoende dat de niet-rechthebbende een stuk grond dat aan de gemeente toebehoorde met hekken had omheind en op deze grond twee boshutten, een houtopslagplaats en een jeu-de-boulesbaan had aangelegd. Deze handelingen kwalificeren als het in bezit nemen van een stuk grond. Dat de gemeente niet op de hoogte was van deze situatie voorkomt niet dat de eigenaar van het huis na twintig jaar ook eigenaar is geworden van de door hem omheinde grond.

Is er dan niets meer mogelijk voor de voormalig eigenaar?

De Hoge Raad heeft opgemerkt dat de voormalig eigenaar die zijn eigendom is verloren door verkrijgende verjaring zijn schade mogelijk op de nieuwe eigenaar kan verhalen, omdat de inbezitneming te kwader trouw als een onrechtmatige daad kan worden aangemerkt (art. 6:162 BW). In het geval van een onrechtmatige daad kan een schadevergoeding ‘in natura’ worden gevorderd (art. 6:103 BW). Dit betekent dat de eigenaar die zijn grond is verloren mogelijk op grond van deze schadevergoeding in natura zijn eigendom weer terug kan krijgen.

Meer weten over de verschillende vormen van verjaring, de verkrijging van een stuk grond en / of de mogelijkheden om schadevergoeding te vorderen? Neem vrijblijvend contact op met de specialisten van Beelaard Breetveld Advocaten!